zaterdag 28 november 2009

Verjaardag in het klad

Waarom hou ik niet van "Peter live"? Ik hou niet van Van de Veire zelf, zij het wel van zijn spitsvondigheid, eigenlijk. Die man is heel snel met woorden en als speelvogel is hij ook niet slecht, twee eigenschappen die ik apprecieer in een mens, tout court.

Het is zijn inhoudelijke oppervlakkigheid die me tegenstaat. Die dertien in een dozijn-vragen tijdens zijn 'interviews' met 'artiesten'. Vormelijk ook: het feit dat hij die domme look denkt nodig te hebben, die puberale bles voor een man van om en bij de veertig. Dat dwaze kostuum, gepikt uit een Duitse variëtéshow. Dat springen in die jacuzzi aan het eind van zijn egotrip. Waarom, Peter? Of doet dat waarom er niet toe?

"Peter live" is gemaakt voor de vrijdagavond, een avond waarop iedereen onderuitgezakt wil bekomen van alles wat wás, de voorbije week. Verstand in de koelkast en gáán in die leegte. Ik meen daar op mijn beurt helemaal geen behoefte aan te hebben op dat moment. Ik bestrijd zo'n staat van zijn zelfs meer in het algemeen, maar daar moet ik het hier nu maar niet over hebben.

'Nooodgedwongen' kijk ik toch bijna wekelijks naar dit programma, dat eigenlijk helemaal niet voor mij bestemd is.

Ook gisteren keek ik, en ik wist opnieuw niet wat ik aanmoest met wat ik zag. Het recept was ongewijzigd gebleven ten opzichte van de vorige keer, de geënsceneerde vrolijkheid stond ook dit keer net iets te strak gespannen, maar wat mij meer van mijn stuk bracht was de aanwezigheid van Bart Peeters, een man die ik met de tijd enorm ben gaan waarderen (en dit meen ik heel serieus).

Bart Peeters is voor mij een voorbeeld van 'echtheid' in het Vlaamse BV-landschap. Lange tijd kon ik hem niet uitstaan, tot ik mij afvroeg waarom dat zo was en ik constateerde dat ik de pest aan hem had omdat ik hem eigenlijk net heel graag wílde hebben. Je zag zo dat die man met zijn talent geen blijf wist, maar dat hij het daarom maar aan "Eurosong" en dergelijke moest verkwanselen, dat kon toch helemaal niet?

Nu is diezelfde Bart Peeters de vooorbije jaren evenwel "geweldig bezig" (zijn soort uitspraak) geweest met zijn muziek, met als 'pièce de résistance' zijn laatste plaat "De hemel in het klad". Ik hou van die cd en ik herken er het talent in dat Peeters in zowat alles wat hij doet tentoonspreidt, maar op deze cd dus pas écht in kwalitatieve zin aanwendt. Zijn liedje "Ontdooi me" ontroert mij, zoals ik niet vaak ontroerd word en zijn hele muzikale spectrum klinkt zo juist en eerlijk dat ik..
dat ik niet begrijp waarom zo'n man zich laat verleiden om zijn vijftigste verjaardag uitgerekend met Peter Van de Veire te vieren.

Van de Veire, het typetje in persoon, versus Bart Peeters, die publiekelijk begint te wenen als hij daar de nood toe voelt. Een botsende combinatie, naar mijn aanvoelen, die betreurenswaardig is omdat Peeters daardoor niet het podium krijgt dat hij op tv misschien wel verdient. Alle zever daargelaten had ik Bart Peeters graag een paar liedjes horen zingen (nu zong hij er slechts één) en vraag ik me eigenlijk af waarom Bart Peeters in zijn hoedanigheid van zanger geen plaatsje op Canvas kon krijgen, in plaats van op een vrijdagavond op één, wanneer iedereen vooral leegte wil zien.

vrijdag 27 november 2009

Kerktoren na kerktoren (even gedachten ordenen)

Je ergert je dood aan de media en dan stel je je de vraag: waarom ook alweer?
Ik moest me die vraag nog eens stellen, omdat het zó normaal was geworden om me te ergeren dat ik even de essentie uit het oog dreigde te verliezen. Ik hou niet van de media omdat ze zo godverdoms commerciéél zijn geworden, de laatste jaren. Je kan nergens nog zeker van zijn: als een kwaliteitskrant morgen een kwalitietskrant wordt - hebt u 'm? - dan zal ze die beslissing verdedigen met alle sérieux die ze aan de dag kan leggen. Maar sell out is en blijft sell out, en daar zijn die kranten de laatste jaren toch zo godverdoms goed in, nee?

(Toen Eric Gerets een Arabische flutploeg ging trainen, werd daar hartelijk om gelachen door kranten die zich even grote flutartikels permitteren. En óók voor het geld.)

Er zijn rukkers die the page three girl uit The Sun niet kennnen. Er zijn er echter nog meer die dat meisje, en dan vooral haar kwalitieten, wél kennen. Zij kopen die krant om zich af te trekken op een lolita van achttien. Artikels lezen die mensen niet, en The Sun heeft dat begrepen.

Marktdenken. Wat een vreselijke wetmatigheid. Rendement. Cijfers. Omzet. Winst. Verlies. Ontslagen. Leningen. Fraude. Kapitalisme.

De aaibaarheidsfactor van Stef(ke) Wauters. Het blinkende Wim De Vilderke. Zou hij geen 'vilderdasje' op de markt kunnen brengen? De ervaren rot Martine Tanghe. Die precisie waarmee zij meldt dat "FC De Kampioenen" er na twintig jaar mee ophoudt. Goedele Wachters die ons als een kleuterjuf door het journaal loodst. Freek Braekman die zó gekapt en gekleed is dat elke bomma hem zou willen adopteren.

Jan Becaus die wél nog echt verdwijnt in het beeld. Heerlijke man. Fantastische r.

Extra katernen in de kranten. Sport. Reizen. Wonen. Culinair.

Lifestyle.

"Meneer de premier, kan ik u een serieuze vraag stellen over lifestyle?"
- "Ja natuurlijk, vraagt u maar."

De grappigste politicus is de populairste. De knapste politica mag zeker zijn van 100.000 stemmen. De kneuterigste ook. De meest West-Vlaamsche ook.

Sensatie. Pagina's en pagina's. Foto na foto. Trauma na trauma. Kerktoren na kerktoren.

donderdag 26 november 2009

Maar wat?

Ik wil schrijven, ik doe dat graag. Maar waarover? Wat ik hier vorige maand deed, begon me te frustreren, het werd zelfs een last. Dus moest ik stoppen. Nu ik niet meer schrijf, mis ik het schrijven wel een beetje. Niet noodzakelijk de meningen, evenwel.

Al dat negatieve, sarcastische, dat kon niet blijven duren. Dat weegt op een mens na verloop van tijd. Dat roepen in de woestijn, dat problemen aankaarten en geen oplossing bieden,.. Who cares anyway?

Ooit begin ik weer te schrijven, eerder vroeg dan laat, maar op een andere manier, op een andere toon. Die meningen waren te pijnlijk en te vervelend.

Maar wat dan wel? Dat weet ik nu nog niet.

donderdag 5 november 2009

Voor de geïnteresseerden

Na een maand van intensief bloggen, heb ik even tijd nodig om te beslissen of ik hiermee wil doorgaan. Hoe lang dat kan duren weet ik niet.

zondag 1 november 2009

Ergens in een achterbuurt van Montréal, dáár gebeurt het vermoedelijk allemaal

Bristol. Londen. New York. Berlijn! Parijs. Zelfs Antwerpen. Soms luister ik naar muziek die mij zo intrigeert dat ik vanalles over de artiesten in kwestie ga lezen, zodat ik bijgevolg te weten kom dat ze uit een bepaalde stad afkomstig zijn en welke invloed die stad op hun muziek heeft gehad. Gevolg is vaak dat ik naar die stad wil en vandaag had ik er, zo bijvoorbeeld, niet mee in gezeten om wakker te worden in Montréal, de 'bakermat' van het Constellation Recordslabel.

Het moet in 2002 geweest zijn dat ik voor het eerst het nummer "Rockets Fall on Rocket Falls" van Godspeed You! Black Emperor (GY!BE) hoorde. Aan het eind van "Duyster" waarschijnlijk, net voor middernacht. Ik werd vermoedelijk 'gegrepen' door dat nummer (ik herinner het me niet als dusdanig), want ik kan me herinneren hoe ik het een hele tijd lang wanhopig probeerde te downloaden met de middelen die daar toen toe voorradig waren (Kazaa, Audiogalaxy, Bearshare, zelfs Morpheus - jezus, dat is lang geleden), tot het op een dag op één van die sites ook echt 'downloadable' was en ik mijn kans greep.

(Voor de niet-ingewijden onder u die nu op het punt staan te stoppen met lezen: ik hou u niet tegen, geheel in de traditie van GY!BE zelf, die de luisteraar ook nooit zullen doodslaan met hun 'marchandise'.)

(Voor de niet-ingewijden onder u die toch willen doorbijten: GY!BE was lange tijd het 'paradepaardje' van het Constellation Recordslabel. Hun muziek laat zich het best omschrijven als 'post-rock' ("epische, instrumentale muziek, doorgaans zonder zang"). "Rockets Fall" is een nummer uit hun inmiddels nog steeds meest recente cd, "Yanqui U.X.O." uit 2002, een instrumentaal nummer van 22 minuten dat na al die jaren nog steeds niks van zijn kracht verloren is.)

Dat nummer blies mij dus omver en ik moést meer weten over de mensen die erachter zaten. Gehuld in mysterie, zo bleek al snel, werd de hele Constellation-scene met GY!BE als boegbeeld nog spannender en interviews met de muzikanten in kwestie waren bijzonder schaars en nietszeggend (want interviews geven en te veel práten over hun muziek waren as such tegen hun principes).

Nu, zeven jaar later, wordt mijn oude fascinatie weer aangewakkerd door enkele cd's van de band HRSTA die ik in de bib ontleende. Ook uitgebracht op Constellation, met als grote bezieler Mike Moya, die ook al één van de GY!BE-oprichters was en als HRSTA ook weer epische, moeilijk te vatten muziek maakt.

Bovendien is mijn Engels verbeterd in vergelijking met zeven jaar geleden en dus heb ik via het internet opnieuw geprobeerd één en ander te weten te komen over de 'scene' in Montréal en over het Constellation-label in het bijzonder.

Nog steeds weinig goede interviews te vinden, evenwel, maar de basale feitelijke gegevens zijn eigenlijk ook al interessant op zich. Het Constellation Recordslabel is niet over één nacht ijs gegaan bij zijn oprichting, zo heeft het label een eigen 'filosofie' die voorschrijft dat haar activiteiten duidelijk anti-kapitalistisch en anti-globalistisch zijn, wat inhoudt dat Constellation enkel werkt vanuit haar vestiging in Montréal en dat het label ten allen tijde aan haar onafhankelijkheid vasthoudt en dus geen deals aangaat met zogenaamde majors of andere kapitalistisch ingestelde 'spelers'.

Helemaal niks voor het grote publiek, kortom, en dat grote publiek heeft Constellation Records dus ook nooit bereikt (mocht dat door één of andere wel bijzonder vreemde speling van het lot wél het geval geweest zijn, ik vermoed dat de oprichters hun label onmiddellijk hadden opgedoekt, maar dat terzijde); niks voor het grote publiek dus, maar al snel verwierf het label, en dan in het bijzonder GY!BE, toch een 'cult-status' onder alternatieve muziekliefhebbers, waardoor het label eind jaren negentig al een onvoorziene 'boom' op haar bord kreeg, die haar tevens dwong om alsnog bepaalde akkoorden aan te gaan met ondernemingen van buitenaf.

(Een voorbeeld: van de eerste GY!BE-plaat, "F#A#oo", werden initieel slechts vijfhonderd exemplaren verspreid. Twaalf jaar na de release durf ik te wedden dat minimum 100.000 mensen deze plaat op een 'legale manier' in hun bezit hebben en in elke alternatieve cd-winkel kan je nu dit album (en ook hun andere) van GY!BE terugvinden.)

Dit onverwachte succes moet toendertijd een verrassing van formaat geweest zijn voor de oprichters van het Constellation-label en ik durf te betwijfelen of ze er diep in hun hartjes echt gelukkig mee waren. Succes impliceert immers een zekere 'globalisatie' en aan interviews ontkomen wordt er ook niet makkelijker op. Toch bleef het label relatief trouw aan haar beginselverklaring, een gegeven dat door de 'echte' fans natuurlijk bijzonder werd gewaardeerd.

Maar natuurlijk maakt net dát de weinige interviews met Constellation-mensen of GY!BE-leden bijzonder interessant. Elk nieuw woord wordt gewikt en gewogen, elk teken van leven wordt besproken en onder de loupe genomen - een mens zou gaan denken dat 'm net dáárin de strategie van het Constellation-label zit, maar dat is naar alle waarschijnlijkheid niet het geval. Tot zo'n Constellation-meneer of zo'n GY!BE-lid op een zekere dag gewoon ronduit zegt waar het voor hem op staat, de dag waarop al het zogenaamde gissen kan stoppen, wat die meneren of leden in kwestie zelf ook een leuk feit vinden.

Hier zijn twee links naar artikels die voor 'opheldering' rond de halve mysteries zorgen:
* online muziekmagazine Drowned In Sound had enkele weken geleden een lang, tweedelig gesprek met de oprichters van Constellation waarin u alles te weten komt wat u mogelijk zou willen weten.
* op de schijnbaar bijzonder lang geleden geüpdate website van GY!BE - ze spelen hun spel tot in de details - staan er enkele links naar interviews, waaronder één met het Nederlandse magazine OOR. Zowel het eigenlijke interview als de kwaaie brief van GY!BE-frontman Efrim Menuck die daarop zou volgen, maken bijzonder duidelijk waar het bij GY!BE om gaat.

Na het lezen van met name dat interview met en die brief van Efrim Menuck begrijp ik heel goed dat het dit decennium in feite zo goddamn stil is geweest rond zijn band. De enige manier waarop GY!BE haar radicale standpunten echt kan waarmaken, is door muziek te maken voor een piepkleine groep van locals die hun mond niet voorbijpraten, om ep-tjes op een honderdtal exemplaren te verspreiden en om vooral geen interviews te geven aan journalisten die dan wat graag enkele uitspraken uit hun context rukken. Maar makkelijk kan die GY!BE-houding onmogelijk zijn, want de muziekwereld zoals wij die kennen werkt op de tegenovergestelde manier, conform het kapitalisme, waardoor een hoop fans m.b.t. GY!BE op hun honger blijven zitten, waardoor die groep op zijn beurt natuurlijk eeuwig blijft fascineren.

zaterdag 31 oktober 2009

Door de te grote mazen van het net

De Standaard berichtte vandaag over een studie van het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin waaruit blijkt dat er bijna dubbel zoveel Vlamingen als Nederlanders zelfmoord plegen. Nochtans telt ons deel van het land procentueel gezien niet méér psychiatrische stoornissen dan Nederland, nee, de oorzaak ligt 'm, volgens het onderzoek, bij de Vlaamse maatschappij as such, waarin er niet zo veel "sociale integratie" en "sociaal kapitaal" aanwezig is.

Bijna dubbel zo veel zelfmoorden als in Nederland, dat is niet niks. Blijkbaar omdat 'wij Vlamingen' niet makkelijk praten over de dingen die ons dwarszitten, omdat we ons daarmee liever opsluiten. Niemand lastigvallen, onszelf twee gezichten aanmeten ('front stage' en 'back stage'), onze mond niet voorbij praten, onze problemen in de kiem smoren. "Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg." Zo'n zin in ons hoofd prenten.

En dat kan kloppen. In de straat waar ik ben opgegroeid acht ik het, bijvoorbeeld, mogelijk dat (mocht ik er nog wonen) ik van de ene dag op de andere zou verdwijnen zonder dat iemand het zich openlijk zou 'aantrekken'. Iedereen zou het merken, maar bijna niemand zou er iets van zeggen (wél achter de rug van de mensen die er 'belang' bij hebben, natuurlijk). Iets 'ondernemen' zouden die mensen niet snel, zo stierf er onlangs een buurman waarover iedereen vervolgens anekdotes wilde bovenhalen, maar in het gezicht van de overledene zijn vrouw werd er gedaan alsof men van weinig of niets wist. Is dat typisch Vlaams? En waar gaat die vrouw dan naartoe met haar verdriet?

De emotionele afstand die mensen graag bewaren is in Vlaanderen inderdaad vrij groot, naar mijn idee. Dat heeft 'm zonder twijfel met angst voor 'diepgang' te maken, maar ook met het door de katholieke kerk beheerste verleden van deze regio. Het zit er bij 'de Vlaming' kennelijk diep in om problemen binnenskamers te houden en om er dan sporadisch eens mee naar een therapeut te lopen, als vervangt die persoon in kwestie de pastoor en zijn biechtstoel.

En, om nog even De Standaard te parafraseren: "(In Vlaanderen zijn er) meer echtscheidingen, minder sterke buurt- en familiebanden, minder vrijwilligerswerk (..). De samenleving zelf is dus minder een net waarop de lijdende mens kan terugvallen."

En ook wel: "Psychische klachten worden minder opgepakt door Vlaamse dan door Nederlandse huisartsen. Het beroep van psychotherapeut is in België niet eens erkend (..) Een sterker signaal van de overheid dat psychische klachten niet ernstig te nemen zijn, is moeilijk te bedenken."


Benieuwd wat diezelfde overheid daar tegenin denkt te brengen, vooralleer pakweg een binnenfretter genre Yves Leterme het onderwerp zelf ongelukkigerwijs op de agenda zet (maar nu loop ik natuurlijk schandelijk op de zaken vooruit).

vrijdag 30 oktober 2009

Lauwe soep, slappe kak of liever gewoon samen een potje wenen?

Tiësto. U weet wel. Als in "Diene is kei goe ofzo, wete", of als in "Shakeeeeuh!" Tiësto is - hoe moeten we dat precies zeggen, Bart Steenhaut van De Morgen? -de "grootste dj ter wereld" en met zijn nieuwe ceedee zal hij ongetwijfeld nog 'groter' worden.

(Als u nu even de aandrang voelt om te kotsen, kunt u dat rustig doen vooralleer u doorleest en het grootste understement van uw dag te verwerken krijgt.)

Ik ben geen Tiësto-fan. Neen. Tiësto is onversneden bagger die uw en mijn aandacht helemaal niet waard is. Het is dat zogenaamde kwaliteitsmedia daar anders over beginnen denken en dat we daardoor zelf ook een beetje mee moeten, anders hadden we zelfs nooit van het bestaan van die Tiësto geweten. Of zo zijn we geneigd te denken.

(Het stoort toch niet dat ik u gemakkelijkheidshalve tot mijn 'kamp' reken? Ik vertrouw blindelings op uw goede smaak.)

Maar kijk, dan brengt De Morgen enkele weken geleden een reportage over "de god onder de dj's" ("Samen in de privéjet van de grootste dj ter wereld") en dan is het hek natuurlijk van de dam. Kwaliteitskrant - ahum - De Morgen omschrijft Tiësto onder andere met de woorden "Hollandse nuchterheid", "weinig kapsones" en "aangenaam gezelschap", en dat zal allemaal wel waar zijn, daar gezellig in zijn privé-jet; waar het om draait is de muziek van die man en die is 'kut', zoals ook De Morgen dat gerust met aanhalingstekens zou mogen schrijven. Of is het misschien de bedoeling dat ik als lezer de aandrang krijg om meneer Tijs Verwest voor Kerstmis uit te nodigen?

Soit. Eens ze heilig verklaard zijn door de grotere mediaspelers moet een mens al stevig in zijn schoenen staan om nog een eigen 'bemerkinkje' te placeren. Mattias Baertsoen, 'dance'-recensent op goddeau speelt het klaar in zijn kennelijk zeer accurate Tiëstoreview (ik ga daarvan uit, omdat de man het, mijns inziens, doorgaans bij het rechte eind heeft), en hij doet zelfs meer: hij zet eveneens de 'grote' media in de zeik door ondermeer te stellen dat bijvoorbeeld Milk Inc., ondanks alle lof die dat groepje recentelijk kreeg toegezwaaid, in sé slappe kak blijft produceren die - hier gaan we weer - uw en mijn aandacht nooit waard zou mogen zijn.

Zo cru, zegt u? Het is nu eenmaal - u behoort tot mijn kamp, weet u nog? - de wáárheid en journalisten hebben de plicht die waarheid ook te verspreiden, ongeacht of ze daardoor minder kranten zullen verkopen of niet. De 'consument' met (in dit geval muzikale) bagger overspoelen is niet alleen stomvervelend voor de lezers die iet of wat gepassioneerd zijn door muziek, het is ook ronduit beledigend om de lezer van een rubriek een - opgepast: beeldspraak - bord lauwe soep voor te zetten, terwijl die lezer misschien best zin heeft in een driegangenmenu in de privé-jet van de journalist-muziekkenner in kwestie, om het zo te zeggen.

But then again, wat doen we eraan? That's nu eenmaal the way it goes nowadays. De volgende (of intussen misschien al de vorige?) artiest om massaal de hemel in geprezen te worden is Dizzee Rascal, nochtans een muzikant van een ander kaliber dan sympathieke Tijs. Maar ja, Dizzee Diz was kennelijk zijn status van Londense undergroundrapper beu en nu staat de man op zijn vierde plaat op 'modus commercieel', hét moment waarop de massamedia hem aan de borst drukken en - in het geval van bijvoorbeeld een Dizzee Rascal - hem ook een beetje 'afpakken' van de fans van het eerste uur (al is dat laatste natuurlijk voor interpretatie vatbaar).

donderdag 29 oktober 2009

Een smet op Smet's blazoen

Vorige week kon u in de krant lezen dat zeven op de tien van de van oorsprong allochtone jongeren een schoolachterstand heeft. Gisteren raakte dan weer bekend dat Vlaams minister van onderwijs Pascal Smet van plan is het GOK-steunpunt te sluiten. Dat laatste klinkt als een bijzonder ongelukkige beslissing wanneer je de ernst van het eerste in acht neemt, maar er moet 'bespaard' worden en dan is een iets diepgravendere uitleg voor zo'n (onmiddellijk fel gecontesteerde) beslissing klaarblijkelijk niet meer nodig. Ja, natuurlijk zegt Smet dat de kennis van het GOK-steunpunt zal blijven aangewend worden en dat hij zal blijven inzetten op gelijke kansen ("zelfs meer dan voorheen"). Maar men lijkt toch te kunnen concluderen dat de economische situatie van Vlaanderen belangrijker is dan de optimalisering van de slaagkansen van 'zwakke elementen' in één van de basisfundamenten van die samenleving, het onderwijs.

En misschien ís die economische situatie ook belangrijker, het is wat dat betreft redelijk in het duister tasten. Toch stelt een mens zich beter enkele vragen wanneer hij dit soort nieuws te horen krijgt. Zoals daar zijn: is die besparing dan echt zó urgent dat een belangrijk initiatief als het GOK-steunpunt eraan moet geloven (het gaat hier o.a. over een heel aantal uren extra Nederlandse taalles voor, op dat punt, zwakke leerlingen, die verloren zouden gaan)?; kon Smet niet ergens anders op besparen in de wetenschap dat vooral voornoemde 'zwakke elementen' onder deze beslissing zullen lijden (zij die beter niet te veel extra lijden kunnen)?; zijn er minder belangrijke domeinen waarop niet bespaard wordt door de Vlaamse regering, en waarom dan niet (ik haal ter illustratie een oude koe uit de gracht à la de Europese promotour van Kate Ryan - of is deze bedenking helemaal niet aan de orde?)?; en deze, om een beetje te stoken: zou Frank Vandenbroucke eenzelfde beslissing genomen hebben, mocht hij nog minister van onderwijs zijn?

Zelf heb ik het gevoel dat er aan dat GOK-steunpunt niet geraakt mag worden. In mijn ogen is het niet alleen een unieke kans om de zwakkere leerlingen tot in de buik (of zelfs maar tot aan de staart) van het leerlingenpeloton te leiden, in veel gevallen betekent zo'n GOK-begeleiding ook een impliciete vorm van integratie in de Vlaamse maatschappij, aangezien er heel wat kinderen van allochtone origine bij de hulp van dat GOK-steunpunt gebaat zijn.
En wat zal Smet in de plaats op poten zetten, en wanneer zal hij dat doen? In bepaalde interviews zegt hij dat hij voor 2011 geen nieuwe initiatieven kan nemen.

Maar hoe vreemd zijn beslissing ook mag lijken, Smet lijkt zichzelf werkelijk van geen kwaad bewust. Zo zei hij vanavond in "Ter zake" plots letterlijk het volgende, zij het niet rechtstreeks met betrekking tot het GOK-steunpunt: "Ik vind het een groot probleem dat we vaststellen dat er een sociale erfelijkheid in ons onderwijssysteem zit. Dat kinderen uit blanke én allochtone gezinnen blijven haperen in ons onderwijs, terwijl onderwijs toch net één van de middelen is die een gemeenschap heeft om kinderen verder te laten groeien. (..) Want er gaan veel te veel, vaak gekleurde, talenten verloren in onze samenleving."

Oftewel het beste argument tégen de stopzetting van het GOK-steunpunt uit de mond van de man die klaarblijkelijk vóór die stopzetting is. Vreemd, bijzonder vreemd.

woensdag 28 oktober 2009

De waarheid achter de waarheid die niet waar was

Ze zijn u klaarblijkelijk niet helemaal ontgaan, - op Facebook lijkt het alleszins toch een beetje te leven - de eerste 'experimenten' van het nieuwe online "journalistiek laboratorium" De Werktitel. Bijzonder kritisch voor de gevestigde mediaspelers bericht deze nieuwe site, bestaande uit een zeskoppige, men's only redactie, over de 'waarheid achter de waarheid', om het zo te zeggen, en zelfs al kan een mens zich soms afvragen of die kritiek soms niet slinks verwordt tot een vorm van natrappen (ook de ontslagen, ex-De Morgenmedewerker Tim F. Van der Mensbrugghe, intussen bekend van eigen blogfaam, is een Werktitelredacteur), vaak hebben de laboranten overschot van gelijk en wijzen zij de klassieke media terecht met de vinger.

Zo ook vandaag in een bericht dat de AFP-blunder in verband met de verdwijning van de vierjarige Younes uit Komen op de korrel neemt. U hebt de sms'jes misschien zelf ook ontvangen: Younes was dood en even later toch weer niet.

De volgende gebeurtenissen 'verklaren' de cynische verrijzenis: het Franse nieuwsagentschap AFP krijgt "uit betrouwbare bron" bericht dat Younes dood is teruggevonden in een kanaal; het agentschap stuurt dit nieuws zonder verder onderzoek door naar de media; de media sturen het bericht op hun beurt en eveneens zonder verdere verificatie de wijde wereld in.. tot zij nog geen uur later de hand in eigen boezem moeten steken wanneer zij vernemen dat er géén dode Younes in een kanaal gevonden is, en zij dus kunnen beginnen berichten dat ze al te voorbarig waren met hun dode kleuter.

Shame on them. Te snel willen zijn, te graag een dode willen 'brengen', te graag al te sensationele artikels willen schrijven, te ijverig op drama beluste mensen willen bedienen. En hun kwakkel daarna maar wegmoffelen. Sec laten weten: "Hij is tóch niet dood". Geen zelfkritiek op zo'n moment, dat laten ze liever over aan pakweg de Werktitel, ergens in de marge op het uitgestrekte internet.

Hoe gaan de ouders van Younes om met zo'n blunder? Kregen zij meteen na de verspreiding van het onjuiste nieuws sms'jes genre "Ik heb het nieuws gehoord en vind het vreselijk, maar de politie heeft er toch alles aan gedaan om hem te vinden", etc.? Dat die ouders dezer dagen slecht slapen, lijdt geen twijfel. Dat ze helemaal geen oog meer dicht doen wanneer ze dit soort flaters erbij moeten nemen, lijkt ook niet meer dan normaal.

Moge al die journalisten die in hun hang naar 'hét verhaal' in de fout zijn gegaan er ook eens een nachtje van wakker liggen. Zo'n lange nacht waarin ze tijd zat hebben om tot bezinning te komen, waarin ze hun dolgedraaide commerce eens aan een kritische blik kunnen onderwerpen.

Maar voor een echte verandering zal ook déze collectieve journalistieke fout niet zorgen. Zoals een voetballer na een verloren wedstrijd ook graag zegt dat het beter moet en hoe het beter kan, om de week daarop opnieuw te verliezen, om daarna weer te verklaren dat het beter moet en hoe het beter kan.

Minder snel, maar nauwkeuriger. Minder sensatie, maar meer waarheid. Dat zou beter zijn (zij het niet voor de commerce).

dinsdag 27 oktober 2009

Walgen tot je scheurt

Publiekelijk, op een drukke plaats, een Dag Allemaal verscheuren. Had iemand dat ooit al gedaan bij wijze van statement? Zou zoiets de labels 'exclusief!' en 'nationale primeur!' verdienen?

Hij vroeg het zich af, de Dag Allemaal van die week gelegen op zijn schoot. Gekocht uit een vorm van nieuwsgierigheid, in Brussel-Centraal. In het bijzonder benieuwd door het verhaal van Helmut Lotti en het proces tegen hoofdredacteur Ilse Beyers. In mindere mate door de 'saga' rond Wendy Van Wanten. "Wat is dat nu eigenlijk precies voor een boekske?" had hij gedacht.

Intussen wíst hij het, en hij had zijn exemplaar eigenlijk niet eens hoeven te openen om het te weten. Alles had al op de cover gestaan: de expliciete foto's, de schreeuwerige titels, de terminale staat van fatsoenlijkheid. Het was de eerste keer dat hij zo'n Dag Allemaalcover echt had bekéken, 'gelézen'. Ja, bij de dokter had hij het blad al wel eens vastgehad, maar altijd onbewust. Echt waar! 't Is niet dat hij er vóór vandaag veel zinnigs over kon zeggen.

Hij had daar, wachtend op zijn trein, in Brussel-Centraal besloten voor het eerst ("en waarschijnlijk ook meteen voor het laatst") zo'n Dag Allemaal te kópen. Twee euro die hij betaalde aan een Franstalige caissière met hoofddoek die zelf Paris Match las.

Dag Allemaal is misdadig, had hij al bij het zien van de cover geconcludeerd. Een soort promoblad voor een autoritair establishment met een slecht gevoel voor humor. Dag Allemaal was bedoeld om mensen niet alleen dom te hóuden, maar ook om hen dom te máken, dat spatte van die voorpagina. En die intentie vond hij misdadig.

Maar de cover alleen was natuurlijk niet genoeg om iets dergelijks te concluderen. Zo zelfkritisch was hij ook wel. Hij moest dat blad doorgronden als hij er een gefundeerde mening over wilde hebben. Hij moest vrij van vooroordelen door het andermans miserie bejubelende editoriaal, door de van leugenachtig sensationele quotes voorziene coverstory en door de bijna haatdragende roddelrubrieken.

Ergens tussendoor viel zijn oog op de met veel toeters en bellen gepaard gaande juichkreet "Wekelijks meer dan 1 miljoen lezers!". Zijn maag was ervan omgedraaid, zoals men dat in boeken schrijft; hij had in concreto een aandrang gevoeld om te verfrommelen, te trekken, kapot te maken, te scheuren. Een aandrang als een brandalarm.

En hij gíng scheuren, dat had hij zichzelf daadwerkelijk voorgenomen. Publiekelijk ook, dat liet geen twijfel; mensen moesten hiervan wéten. Er was echter één wat cynische gedachte die hem voorlopig nog tegenhield, maar die voor hem wel van belang was: zou hij Story-hoofdredacteur Thomas Siffer inlichten over zijn plannen, op die manier een Story-cover sieren en dus een aardige som geld opstrijken, of zou hij daarentegen nog eens twee euro uitgeven aan zo'n Story om ook dát 'boekske' tot snippers te herleiden?

Daar moest hij nog eens over slapen.